De laatste 15 jaar van het Ceausescu-regime waren de ergste in de Roemeense geschiedenis. Desalniettemin refereerde de propaganda machine steevast naar deze periode als 'Het Gouden Tijdperk'. Tales From The Golden Age vertaalt de populairste 'urban myths' van die tijd naar het witte doek. Vele komische, bizarre, verrassende mythen deden toen de ronde, mythen die gebaseerd waren op het vaak surrealistische leven onder een communistisch regime. Humor is wat de Roemenen staande hield in de dagelijkse strijd met de gestoorde logica van een dictator en de verhalen in Tales From The Golden Age nemen je mee naar een tijdperk waarin eten belangrijker was dan geld, vrijheid belangrijker dan liefde en overleven belangrijker dan principes
155
Roemeens
Roemenië / Frankrijk
Kleur
2009
Het Gouden Tijdperk, zo noemde de Roemeense dictator Ceausescu de laatste vijftien jaar van zijn communistische schrikbewind. In werkelijkheid waren de jaren tachtig een dieptepunt voor zijn van vrijheid en voedsel verstoken volk. De Roemenen overleefden op zwarte humor. In de lange rijen voor de praktisch lege winkels vertelden ze elkaar 'urban legends' over het absurde leven onder Ceausescu's vuist. Die verhalen zijn de basis van Tales from the Golden Age: van een in de keuken vergast varken tot een zweefmolen die van de regering moet blijven draaien.
De vier korte films waaruit Tales from the Golden Age bestaat laten treffend zien in welke treurige, maar net zo goed hilarische bochten Roemeense burgers zich tijdens Ceausescu's regime moesten wringen. Goed, het gaat hier om Roemeense 'urban legends', oftewel broodjeaapverhalen, maar het 'Gouden Tijdperk' kon een surrealisme aannemen dat het dagelijks bestaan in een langgerekt broodje aap veranderde. Zo drijft in de eerste film een partijbezoek aan een Roemeens boerendorp de plaatselijke bewoners tot wanhoop. De bizarre staatseisen veranderen met de minuut - wel vlaggen, geen vlaggen, wel leuzen, geen leuzen, een plotseling verzoek om duiven... De exercitie eindigt met een de hele nacht doordraaiende zweefmolen vol kotsmisselijke dorpsnotabelen. In het tweede verhaal blijkt hoe tijdens het Gouden Tijdperk eten als ruilmiddel essentieel was: Danut, het zoontje van een politieagent, koopt op school de vriendschap van een meisje door haar zijn boterhammen te geven, terwijl zijn vader een levend varken dat hij cadeau kreeg uit alle macht voor de buren probeert te verstoppen - straks krijgen ze lucht van het beest en eisen ze hun deel! Maar hoe slacht je geluidloos een varken op een flatje in de stad? Simpel, zegt Danut, die net uit de natuurkundeles terugkomt: vergas het beest.