Toeristen mogen de Japanse kustplaats Taiji bezoeken voor dolfijnenkunstjes en -knuffels, het gaat hier om 's werelds belangrijkste haven voor handel in dolfijnen. Dolfijnactivisten Richard O'Barry, in de jaren zestig trainer van de Flipper-dolfijnen maar inmiddels fel gekant tegen elke vorm van gevangenschap, en Louie Psihoyos, onderwaterfotograaf van National Geographic en met The Cove debuterend als documentairemaker, vermoeden dat de grootschalige vangst- en moordpartijen plaatsvinden in een door steile rotsen omringde baai. De autoriteiten doen er alles aan om pottenkijkers van deze 'cove' weg te houden. Psihoyos en zijn filmcrew plaatsen er daarom als rotsen en planten vermomde cameraatjes. Wat ze filmen tart elke beschrijving. The Cove is een bevlogen, vlot gemonteerde actiedocumentaire voor de vrijheid van deze hyperintelligente walvissoort. De weg naar de scandaleuze onthullingen is een ware thriller. Tussen de regels door legt Psihoyos bloot hoe Japan ontwikkelingslanden omkoopt om zijn dolfijneconomie levend te houden en hoe het torenhoge kwikgehalte in het vlees de gezondheid van miljoenen mensen schaadt.
92
Engels
Verenigde Staten
Kleur
2009
In The Cove volgen we regisseur Psihoyos en zijn team tijdens een spannende zoektocht naar een mogelijke dolfijnenslachting in de Japanse kustplaats Taiji. Direct in het begin laat een voice-over weten dat het de intentie van de makers was om alles legaal te doen. Op het scherm zien we vervolgens infraroodopnames van hekken die worden doorgeknipt en horen we sirenes loeien. De toon is gezet. Wat volgt is een spannend relaas van een undercover operation to photograph the off-limits cove, while playing a cloak-and-dagger game with those who would have them jailed. Helaas kan deze spanning niet tot het einde worden vastgehouden. Het is echter net zo spijtig dat er überhaupt gekozen is voor een dergelijke spanningsboog, want een zekere sensatiezucht is continu aanwezig.
Richard OBarry was ooit trainer van de dolfijnen voor de bekende tv-serie Flipper. Wanneer hij inziet - na de zelfmoord(!) van een van de dieren - dat de dolfijnen onmogelijk gelukkig kunnen zijn in gevangenschap, keert hij zich resoluut tegen deze zogenaamde dolfijnenindustrie. Sinds de jaren zeventig heeft hij zo tientallen dolfijnen in vrijheid kunnen stellen en heeft hij zich middels lezingen en symposia tegen maritieme pretparken verzet. Het was dan ook OBarry die de vermeende jaarlijkse slachting van drieëntwintigduizend dolfijnen in het Japanse Taiji onder de aandacht bracht van regisseur Psihoyos. Vermeend, omdat de slachting plaatsvindt in een zeer ontoegankelijke baai die continu onder bewaking staat van boze vissers, de lokale autoriteiten en/of leden van de yakuza. Psihoyos is echter vastbesloten deze gruwelijkheden aan de wereld voor te leggen en stelt daartoe een tamelijk onconventioneel team samen. Het is juist in deze samenstelling dat de documentaire zijn zwakheden kent. Het team bestaat namelijk niet uit wetenschappers of maritieme experts, maar vooral uit kennissen en bevriende adrenalinejunks. En dat komt de integriteit van de documentaire niet ten goede. Natuurlijk kun je voor het filmen van verboden activiteiten beter gebruik maken van een oud-militair en een decorstukkenbouwer uit Hollywood, maar door daar op te focussen verliest de documentaire aan gewichtigheid.